Waarom het geluk van een ander soms zo moeilijk te verdragen is
Er zijn veel (gelukkig) mensen die oprecht blij kunnen zijn wanneer het goed met je gaat. Die (mee)genieten van jouw geluk, je successen vieren die je wilt vieren, de stappen die je zet en je zonder enige bijbedoelingen (of vanachter een masker) alles gunnen. En dán zijn er ook mensen bij wie jouw leven (jouw geluk en mate van succes dat de ander ziet) iets heel anders oproept. Ongemak. Irritatie. Een cynische opmerking. Een rot grapje. Een subtiele sneer. Soms zelfs de behoefte om jouw geluk kleiner te maken?
Waarom eigenlijk? Waarom kan het leven van een ander zoveel weerstand oproepen? Wat gebeurt er in iemand die ziet dat een ander iets heeft, doet of durft wat hij of zij zelf niet heeft, doet of durft? In deze maatschappij noemen we het al snel jaloezie, maar daarmee doen we m.i. een behoorlijk ingewikkeld psychologisch proces eigenlijk tekort.
M.i. zit daar vaak een verhaal achter dat veel verder teruggaat dan dat ene moment waarop iemand jouw vakantiefoto ziet, hoort dat je promotie hebt gemaakt of ontdekt dat je gelukkig bent in een nieuwe relatie.
Het geluk van de ander als spiegel voor jezelf?
De Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger beschreef in 1954 hoe mensen hun eigen kwaliteiten, prestaties en positie proberen te beoordelen door naar anderen te kijken. Nu is dat vergelijken met elkaar op zichzelf niet verkeerd, want het helpt ons ook om te begrijpen waar we staan, wat mogelijk is en waar we naartoe willen.
Máár het kan ook pijn doen!
Een voorbeeld:
Stel je voor dat je al jaren ongelukkig bent in je relatie. Je blijft omdat het vertrouwd is, omdat je bang bent voor verandering of omdat je denkt dat dit nu eenmaal is wat het leven je te bieden heeft. Dan zie je iemand die wél besluit weg te gaan, opnieuw verliefd wordt en zichtbaar geniet van haar leven. Wat voel je dan?
Misschien ben je oprecht blij voor haar. Maar misschien voel je ook iets anders. Een steek. Een ongemakkelijk gevoel in je buik. Irritatie zelfs. Niet noodzakelijk omdat je haar dat geluk niet gunt, maar omdat haar keuze je confronteert met die van jezelf. Haar vrijheid maakt jouw gevangenschap voelbaar. Haar moed legt jouw angst bloot. Haar geluk herinnert je aan iets wat jij mist.
En dát kan behoorlijk confronterend zijn. De ander heeft je niets aangedaan en toch roept diegene iets in je op wat je liever niet onder ogen ziet.
Waar misgunnen werkelijk vandaan kan komen?
Niemand wordt geboren met de overtuiging dat het geluk van een ander ten koste gaat van het eigen geluk, maar we leven én groei(d)en wel op in een maatschappij (gezin) waarin vergelijken, presteren en erbij horen een belangrijke rol spelen. Een steeds belangrijkere rol als je het mij vraagt.
Misschien groeide je inderdaad op in een gezin waarin je voortdurend werd vergeleken met je broer of zus? Misschien kreeg je vooral waardering wanneer je iets presteerde? Of leerde je dat aandacht, liefde en erkenning schaars waren en dat je ervoor moest concurreren? Dan kan zich langzaam een overtuiging ontwikkelen: als iemand anders beter is, ben ik minder. Als iemand anders wordt gekozen, word ik afgewezen. Als iemand anders succes heeft, zegt dat iets over mijn eigen tekortkomingen.
En die overtuigingen verdwijnen niet automatisch wanneer je volwassen wordt.
Deze overtuigingen kunnen zich jarenlang verschuilen achter perfectionisme, competitie, kritiek op anderen (roddelen, nare opmerkingen maken) of de voortdurende behoefte om jezelf te bewijzen. In de psychologie wordt ook gesproken over relatieve deprivatie: het gevoel tekort te komen wanneer je jouw situatie vergelijkt met die van iemand anders. Het gaat daarbij niet alleen om wat je daadwerkelijk hebt, maar vooral om wat je denkt dat je zou moeten hebben.
Afgunst is soms verdriet in vermomming
Wat ik zelf misschien wel het interessantste vind aan afgunst, is dat er onder die emotie regelmatig iets heel kwetsbaars schuilgaat.
Verdriet om gemiste kansen. Spijt over keuzes. Angst om niet goed genoeg te zijn. Een verlangen dat je jezelf al jarenlang ontzegt.
Het is namelijk makkelijker om te zeggen dat iemand een “aandachtvragende b*tch” is, dan om toe te geven dat je zelf ook graag gezien wilt worden. Het is makkelijker om iemand een opschepper te noemen, omdat ze veel reist dan om te erkennen dat je zelf verlangt naar meer avontuur. En het is makkelijker om kritiek te hebben op een vrouw die haar grenzen aangeeft dan om te voelen hoe moeilijk jij het vindt om die van jezelf te bewaken.
“Psychologisch gezien kan het kleiner maken van de ander een manier zijn om je eigen zelfbeeld te beschermen.”
Als je jezelf ervan overtuigt dat haar succes niet zoveel voorstelt, hoef je minder stil te staan bij de pijn die het bij jou oproept. Dat betekent overigens niet dat iedere kritische opmerking uit jaloezie voortkomt. Soms heeft iemand gewoon een andere mening. Soms gedraagt iemand zich onprettig. En soms is kritiek terecht. Maar wanneer je merkt dat vooral het geluk van bepaalde mensen je irriteert, is het interessant om jezelf af te vragen waarom juist zij iets bij je losmaken?
En wat als iemand jou iets niet gunt?
Jij bent niet verantwoordelijk voor wat jouw geluk bij een ander oproept. Punt. Je hoeft je successen niet te verzwijgen, je keuzes niet te verdedigen of jezelf kleiner te maken om een ander gerust te stellen. Tegelijkertijd is niet iedere kritische opmerking een teken van afgunst. Soms heeft iemand gewoon een andere mening 😉
Maar wanneer iemand je herhaaldelijk kleineert, negeert, niet blij voor je kan zijn, je zelfs belachelijk maakt, nare berichten stuurt of je een rotgevoel aanpraat over jouw keuzes, mag je grenzen stellen. Je kunt begrip hebben voor iemands onzekerheid zonder die onzekerheid van jou te maken.
“Je hoeft je eigen leven niet kleiner te maken omdat iemand anders moeite heeft met de grootte ervan.”
Kun jij accepteren, zonder goedkeuring te zoeken?
Er zit iets bevrijdend in het besef dat andere mensen hun eigen geschiedenis, verlangens, angsten en overtuigingen met zich meedragen. Net als jij dat doet. Want wat voor jou vrijheid betekent, kan voor een ander onverantwoordelijkheid zijn. Wat jij als ambitie ervaart, kan iemand anders zien als bewijsdrang. En wat voor jou een gelukkige keuze is, zou voor een ander misschien helemaal niet werken.
Dat mag.
We hoeven niet allemaal hetzelfde te willen. We hoeven niet dezelfde keuzes te maken en we hoeven elkaar niet voortdurend te begrijpen om elkaar iets moois te kunnen gunnen. Misschien is dat uiteindelijk wel waar emotionele volwassenheid over gaat. Kunnen verdragen dat iemand anders iets heeft wat jij (nu nog) mist. Kunnen erkennen dat je daar verdriet, verlangen of jaloezie bij voelt, zonder de ander daarvoor te straffen.
En ook kunnen accepteren dat niet iedereen blij is met jouw keuzes, zonder dat je voortdurend op zoek gaat naar goedkeuring bij die ander.
Want je kunt nog zo zorgvuldig willen leven, altijd rekening houden met anderen en proberen niemand voor het hoofd te stoten, er zal altijd iemand zijn die iets vindt van hoe jij je leven inricht.
De vraag is dus hoeveel ruimte je die mening (lees: pijn) wilt geven?
Ik denk dat we allemaal een stuk vrijer zouden leven wanneer we minder bezig waren met wat een ander heeft of wat een ander van ons vindt en in die welbekende spiegel durven te kijken.
“Want iemand anders hoeft niet minder te hebben, te durven of te stralen om jou genoeg te laten zijn.”
Misschien is dat wel de belangrijkste vraag om jezelf vandaag te stellen: kun jij een ander oprecht iets gunnen wat je jezelf misschien nog niet hebt toegestaan?
