Ik zou dolgraag beweren dat het me 100% geen reet interesseert wat andere mensen van me vinden. Dat ik iedere ochtend opsta, mijn koffie drink, mijn eigen keuzes maak en volstrekt onaangedaan door het leven wandel. Queen of not giving a fuck. Kroon op, middelvinger omhoog, klaar. Maar dat zou écht gelogen zijn. Het interesseert me namelijk soms nog steeds. Sterker nog, af en toe interesseert het me nog meer dan ik zou willen toegeven. Dan lees ik een opmerking die nét verkeerd valt, merk ik dat iemand anders reageert dan ik verwachtte of ontdek ik dat iemand een mening over me heeft die niet bepaald in mijn voordeel uitvalt. En voor ik het weet, zit er een complete vergadering in mijn hoofd. Met één bijzonder luidruchtige voorzitter: mijn innerlijke criticus.
Die trut heeft altijd iets te melden
Deze dame (want dat is ze) heeft geen uitnodiging nodig, geen agenda en voor zover ik weet ook geen enkele relevante opleiding. Toch voelt ze zich bijzonder gekwalificeerd om overal iets van te vinden. Had je dat nou wel moeten zeggen? Wat zullen ze wel niet denken? Misschien had je het anders moeten aanpakken. Je bent ook wel erg aanwezig. Moet je dit nou weer delen? En mijn persoonlijke favoriet: zie je wel, ze vinden je niet leuk. Vroeger ging ik vervolgens uitgebreid met haar in discussie. Ik verdedigde mijn keuzes, legde mijn bedoelingen uit, herhaalde gesprekken in mijn hoofd en schreef berichten die ik vervolgens weer verwijderde. Als iemand me niet aardig vond, begon ik aan een soort ongevraagd verbetertraject om alsnog in de smaak te vallen. Alsof ik een product was met slechte reviews en mijn persoonlijkheid dringend een klantenservice nodig had. Het ergste is misschien nog wel dat ik dat zelfreflectie noemde.
Niet iedere vorm van zelfkritiek is zelfreflectie
Soms ben je helemaal niet bezig om jezelf beter te begrijpen, maar ben je jezelf gewoon aan het afbreken in keurige psychologische bewoordingen. Jij noemt het nadenken, terwijl je aan het piekeren bent. Jij noemt het rekening houden met anderen, terwijl je jezelf voortdurend aanpast (lees: wegcijfert). Jij noemt het empathie, terwijl je de emoties van de hele wereld op je schouders probeert te dragen. En jij noemt het volwassen gedrag, terwijl je eigenlijk doodsbang bent dat iemand je afwijst. Natuurlijk is het prettig om aardig gevonden te worden. We zijn sociale wezens en erbij horen, gezien worden en verbinding voelen zijn volkomen menselijke behoeften, maar ergens onderweg kunnen we de overtuiging ontwikkelen dat aardig gevonden worden belangrijker is dan eerlijk zijn tegenover onszelf. En daar begint het gedonder. Want vanaf dat moment ben je niet meer alleen bezig met wie je bent, maar vooral met hoe je moet zijn om voor anderen acceptabel te blijven.
Not giving a fuck betekent niet dat je niets voelt
Ik vind die hele I don’t give a fuck-mentaliteit heerlijk, totdat iemand doet alsof emotioneel onaangedaan zijn het ultieme bewijs van persoonlijke ontwikkeling is. Je mag geraakt worden, onzeker zijn en balen van een vervelende opmerking. Je mag zelfs even denken: “wat een ongelooflijke b*tc”. Het verschil zit hem wat mij betreft in wat je daarna doet. Blijf je urenlang hangen in wat iemand over je denkt? Ga je je gedrag aanpassen, zoek je bevestiging bij vijf anderen of schrijf je een verdedigend bericht (of story op Insta, jaja ik zie je) van vier alinea’s? Of herken je wat er gebeurt en besluit je dat je er niet de rest van je dag aan gaat (wilt) besteden? Dat laatste is mijn versie van not giving a fuck. Niet ongevoelig worden, maar sneller terugkomen bij jezelf. Want ik kan je vertellen dat het behoorlijk veel rust geeft wanneer je niet meer iedere gedachte die in je hoofd opkomt als een vaststaand feit behandelt.
Mijn innerlijke criticus mag praten. Ze krijgt alleen geen stemrecht meer.
Ik heb niet geleerd om mijn innerlijke criticus voorgoed het zwijgen op te leggen en volgens mij is dat ook een vrij kansloze onderneming. Ze pruttelt nog regelmatig en soms heeft ze zelfs behoorlijk overtuigende argumenten. Alleen herken ik haar nu sneller. Wanneer ik merk dat ik mezelf aan het veroordelen ben, probeer ik niet meteen op elke gedachte te reageren. Is het opbouwende kritiek waar ik iets mee kan, of ben ik bezig mezelf af te wijzen voordat een ander dat kan doen? Wil ik iets veranderen omdat het bij mijn waarden past, of omdat ik hoop dat iemand me dan aardiger vindt? En misschien wel de belangrijkste vraag: van wie probeer ik op dit moment eigenlijk goedkeuring te krijgen? Soms kom ik tot de conclusie dat ik iets onhandigs heb gedaan. Dan bied ik mijn excuses aan, leer ik ervan en pas ik iets aan. Want jezelf accepteren betekent natuurlijk niet dat je automatisch altijd gelijk hebt.
Soms is het antwoord veel eenvoudiger. Iemand vindt iets van mij. Punt. Geen crisis en geen persoonlijk ontwikkelplan. Maar toch is dat voor veel vrouwen helemaal niet zo eenvoudig als het klinkt. We zijn vaak zo gewend om rekening te houden met anderen dat we nauwelijks nog merken wanneer we onszelf daarbij voorbijlopen. We voelen haarfijn aan wat een ander nodig heeft, maar vinden het lastig om te benoemen wat we zelf willen. We herkennen teleurstelling bij een ander onmiddellijk, maar negeren onze eigen frustratie soms jarenlang. En als we eindelijk een grens aangeven, voelen we ons daar vervolgens schuldig over. Alsof we pas een goed mens zijn wanneer niemand last heeft van onze keuzes.
Je hoeft jezelf niet voortdurend uit te leggen
Dat is misschien wel mijn grootste verandering. Ik kan inmiddels goed verdragen dat iemand mij verkeerd begrijpt, mijn keuzes vreemd vindt of me te aanwezig, te direct, te uitgesproken of juist te afstandelijk vindt (dat komt vaak door directheid dat mensen dat zo voelen). Want wat voor de één te veel is, is voor de ander precies goed. En nee, dat betekent niet dat iedere negatieve reactie voortkomt uit jaloezie of onzekerheid van de ander. Soms hebben mensen gewoon een terecht punt, soms botsen karakters en soms passen mensen niet bij elkaar. Dat mag ook. Niet elke relatie hoeft gered te worden, niet elke mening gecorrigeerd en niet elk misverstand hoeft opgelost te worden. En vooral: niet iedereen hoeft jou aardig te vinden. Je bent een mens, geen hotel op Booking.com dat koste wat kost vijf sterren moet verzamelen.
Wat ik bovendien steeds beter voel, is dat de behoefte om jezelf uit te leggen vaak helemaal niet over die ander gaat. Het gaat over je eigen ongemak wanneer iemand een beeld van jou heeft dat niet overeenkomt met hoe jij jezelf ziet. Je wilt dat iemand begrijpt dat je het goed bedoelde, dat je geen slecht mens bent en dat er een heel verhaal achter jouw keuzes zit. Maar soms heeft iemand helemaal geen interesse in dat verhaal. Soms heeft iemand zijn oordeel al klaar en kun je daar nog zes (Powerpoint)presentaties tegenaan gooien zonder dat er iets verandert. En dan? Ga je nóg harder je best doen om begrepen te worden? Of accepteer je dat je niet verantwoordelijk bent voor iedere interpretatie van jouw gedrag? Dat betekent overigens niet dat je nooit iets hoeft uit te leggen. Het betekent dat je leert herkennen wanneer een gesprek zinvol is en wanneer je alleen nog maar aan het solliciteren bent naar iemands goedkeuring.
Dus ben ik inmiddels de queen of not giving a fuck?
Nee. Ik ben nog steeds een vrouw die soms te veel nadenkt en zichzelf op een “slechte” dag ook in de weg kan zitten. Ik kan nog steeds geraakt worden door een opmerking die een ander waarschijnlijk vijf minuten later alweer vergeten is. Ik kan nog steeds twijfelen aan mezelf en me afvragen of ik iets anders had moeten doen. Alleen duurt het tegenwoordig een stuk korter voordat ik mezelf terugfluit. Ik herken mijn patronen snel, stel mezelf betere vragen en weet inmiddels dat niet iedere gedachte een uitgebreide analyse verdient. Soms zeg ik letterlijk tegen mezelf: “dank je voor je bijdrage, schat, maar we gaan hier verder niets mee doen”. En dan ga ik koffiezetten, wandelen met onze hond Saartje, werken of iets anders doen wat aanzienlijk nuttiger is dan mezelf mentaal voor de rechtbank van mijn innerlijke criticus slepen. Dát is voor mij groei. Niet dat het me nooit meer raakt, maar dat het me steeds minder lang vasthoudt.
Misschien is dat ook wel veel waardevoller dan die zogenaamde onaantastbaarheid waar we op Social Media zo graag mee pronken. Want de echte vrijheid zit niet in het feit dat niemand je meer kan raken. De echte vrijheid begint wanneer je niet langer elke keer jezelf verlaat zodra iemand anders iets van je vindt. Wanneer je kunt luisteren naar feedback zonder jezelf meteen waardeloos te voelen. Wanneer je een grens kunt aangeven zonder daarna drie dagen met buikpijn rond te lopen. Wanneer je kunt accepteren dat iemand teleurgesteld is, zonder direct te concluderen dat jij iets verkeerd hebt gedaan. En wanneer je keuzes durft te maken die bij jou passen, ook als anderen daar hun wenkbrauwen bij optrekken. Dat is geen arrogantie, geen egoïsme en al helemaal geen gebrek aan empathie. Dat is jezelf serieus nemen. En geloof me, daar hoef je echt geen kroon voor op.
En nu jij
Hoeveel tijd besteed jij aan gesprekken die allang voorbij zijn? Hoe vaak verander je je gedrag omdat je bang bent voor een oordeel? Hoeveel berichten schrijf je opnieuw omdat je bang bent dat iemand je verkeerd begrijpt? Hoe vaak roddel je over iemand en vertel je hetgeen je dwars zit niet tegen de persoon waaróver je roddelt? En hoeveel keuzes maak je eigenlijk vanuit wat jij wilt, in plaats van vanuit wat anderen ervan zouden kunnen vinden? Misschien hoef je helemaal geen queen of not giving a fuck te worden. Misschien mag je gewoon beginnen met jezelf wat vaker serieus nemen. Ook wanneer iemand anders dat niet doet. Je hoeft niet elke gedachte te geloven, niet iedere mening belangrijk te maken en niet iedere vorm van afwijzing persoonlijk op te vatten. Je mag geraakt worden, zeker, zolang je jezelf daarna maar weer terugvindt. Want uiteindelijk is het niet de bedoeling dat je een leven opbouwt waarin iedereen jou geweldig vindt, behalve jijzelf.
